INTERVIEW: GAMS België x Cgso

Relationele en seksuele vorming als sleutel tot preventie

GAMS België nodigde cgso uit voor een interview over het belang van relationele en seksuele vorming bij de preventie van vrouwelijke genitale verminking (VGV) en huwelijksdwang. Ymke Snauwaert en Lotte Detru van cgso gingen hierover in gesprek met Haben Hagos van GAMS België. Ze bespreken hoe correcte informatie over het lichaam, relaties en seksualiteit kan bijdragen aan preventie. Daarnaast delen ze ervaringen en praktische tips om gevoelige thema’s bespreekbaar te maken, schaamte en taboes te doorbreken en ruimte te creëren voor dialoog.

Lees hieronder het volledige uitgeschreven interview.


INTERVIEW | Relationele en seksuele vorming als sleutel tot preventie

"Geef kinderen vanaf de kleuterschool les over de vulva en vrouwelijke gezondheid, vragen experts", "Weg met voorpoep of spleetje, laat kleuters gewoon vulva zeggen", "Barbie-ideaal' leidt tot onzekerheid en angst over vulva's" of "Kleuters moeten de Nijl weten liggen, maar niet hun geslachtsdelen: stop met schaamte aan te leren". Het zijn maar enkele van de artikels die de afgelopen maanden te lezen waren over het belang van het kennen en kunnen benoemen van de vulva. Artsen, gezondheidsonderzoekers en onderwijsprofessionals pleiten namelijk voor een aanpassing van het schoolse curriculum. Ook op de lancering van de gezamenlijke aanpak kwam de nood aan correcte seksuele en relationele vorming in het onderwijs duidelijk naar voor als preventieve maatregel voor VGV en huwelijksdwang.

Volgens het Centrum voor Geboorteregeling en Seksuele Opvoeding (cgso) is het een essentiële bouwsteen om jongeren weerbaar te maken. We spraken met Ymke Snauwaert (coördinatrice) en Lotte Detru (vormingsmedewerker) van het cgso en vroegen bijkomende tips aan Haben Hagos, intercultureel medewerkster bij GAMS België.


Wat doen jullie precies?

Ymke Snauwaert: "het cgso wil mensen in staat te stellen om bewuste en geïnformeerde keuzes te maken rond relaties en seksualiteit en dit in alle vrijheid. Wij richten ons hierbij vooral op kinderen en jongeren via interactieve workshops rond relaties en seksualiteit. Omdat we zoveel fijne praktijken hebben met kinderen en jongeren, organiseren we daarnaast nascholingen waarin we leerkrachten en andere professionals vaardig maken om zelf aan de slag te gaan. Aanvullend voorzien we educatief materiaal waarmee mensen zelf aan de slag kunnen gaan of werken we samen met partners om deze te ontwikkelen".

Als intercultureel medewerkster bij GAMS België geeft Haben Hagos van GAMS België onder andere sensibilisatiesessies rond VGV in de opvangcentra van Fedasil en het Rode Kruis. "We richten ons hierbij op zowel jongeren als volwassenen, afkomstig uit landen met een prevalentie VGV. We informeren hen over de verschillende types en gevolgen van VGV, de Belgische wetgeving en stimuleren dialoog rond het thema. Tijdens die sessies komen ook heel wat andere vragen rond bijvoorbeeld lichaam, seksualiteit en menstruatie naar voor. We mogen niet vergeten dat in Vlaanderen ook volwassenen nog nood hebben aan informatie en dialoog".

 

Waarom is wetenschappelijk onderbouwde seksuele en relationele vorming zo belangrijk?

Ymke Snauwaert (cgso): "kennis rond het lichaam draagt bij aan heel wat voordelen: weerbaarheid, het kunnen aangeven van je grenzen en preventie en vroegtijdige opsporing van grensoverschrijdend gedrag. Jongeren moeten dus correcte anatomische kennis krijgen en openheid voelen om het thema te bespreken".

"Als een kind of jongere kan aangeven dat iemand diens vulva heeft aangeraakt in plaats van 'daar vanonder', kan je sneller ingrijpen"

Lotte Detru (cgso): "kinderen en jongeren hebben ook gewoon recht op correcte wetenschappelijke informatie over hun lichaam. Het draagt bij aan zelfkennis, zelfbeschikking, wederzijds respect en uiteindelijk gendergelijkheid".

Haben (GAMS): "ik merk dat vrouwen die VGV hebben meegemaakt, meestal wel weten dat ze besneden zijn, maar verder weinig details kennen. Ze zijn bijvoorbeeld niet altijd op de hoogte van wat er dan precies werd weg gesneden of realiseren zich niet dat bepaalde klachten die ze ervaren het gevolg zijn van VGV. Daarbij komt dat ze er vaak niet over durven spreken uit schaamte. Wanneer ik dan informatie geef over de anatomie van de vulva en de gevolgen van VGV, komen er heel wat andere vragen naar boven over het lichaam, menstruatie, anticonceptie en seksualiteit. Voor velen van hen is het de eerste keer zat ze dergelijke zaken durven benoemen of bevragen. Zo zag ik in een opvangcentrum ook meerdere minderjarigen die zwanger geworden waren door een gebrek aan juiste informatie of het niet durven vragen naar anticonceptie. Het centrum heeft toen ingezet op seksuele en relationele vorming met positieve resultaten".

"Het bespreekbaar maken van relaties, lichaam en seksualiteit is dus belangrijk om de juiste beslissingen te kunnen maken en om hulp te durven vragen wanneer nodig".

Hoe draagt seksuele en relationele vorming bij aan de preventie van VGV en huwelijksdwang?

Volgens Ymke Snauwaert (cgso) houdt vorming zowel kennis als vaardigheden én attitudes in. "Hoewel we niet specifiek bezig zijn met de preventie van huwelijksdwang en VGV, geloven we wel dat we bijdragen aan de preventie van gendergerelateerd geweld in het algemeen. We praten over: wat is respect, wat is gelijkwaardigheid, hoe kan je een (on)gezonde relatie herkennen en wat kan je doen als je zelf geweld meemaakt of getuige bent van geweld. We zetten hierbij in op communicatievaardigheden rond gevoelens en grenzen leren benoemen en deze leren bevragen bij iemand anders".

"We hebben het tijdens onze workshops seksuele en relationele vorming ook altijd over rechten, toestemming, lichamelijke integriteit en het leren herkennen van signalen van dwang, controle en geweld. Dus ik denk dat wij zo zaadjes planten om jongeren aan het denken te zetten en signalen bij zichzelf en anderen te herkennen (Lotte Detru, cgso).

Seksuele en relationele vorming biedt volgens Haben (GAMS) een kans om gevoelige thema's zoals VGV of huwelijksdwang in een bredere context te situeren. "Als ik vrouwen alleen over VGV wil sensibiliseren, krijg ik soms de reactie dat het iets is van vroeger of kan er weerstand zijn. Als we het opentrekken naar bijvoorbeeld een workshop rond vrouwenrechten of seksuele vorming, creëer je een breder platform voor dialoog waarin ook andere gerelateerde onderwerpen naar voor kunnen komen. Via het creëren van spreekruimte, kan vervolgens VGV of huwelijksdwang aangehaald worden. Zo organiseerden we vorig jaar een tweedaagse voor jongeren uit landen met een prevalentie VGV rond body positivity. Binnen de workshops werden al snel heel wat vragen over seksualiteit en relaties besproken".

 

Welke "tips and tricks" kunnen we leren van jullie?

Leeftijdsadequate informatie aanbieden

Volgens het cgso is het belangrijk om informatie aan te passen aan de leeftijd van kinderen en jongeren. "Met een kleuter ga je bijvoorbeeld een heel ander gesprek aangaan dan met een jongvolwassene. Bij jongere kinderen focus je eerst op de lichaamsdelen. Door meteen de correcte termen te gebruiken, doen we niet alsof die zone van geslachtsdelen iets helemaal anders wordt naarmate ze ouder worden. Lotte Detru (cgso) vergelijkt het met het benoemen van onze neus.

"We zeggen ook niet "dit is je reukertje", om dan later te zeggen "dit is eigenlijk niet zo, we spreken eigenlijk over je neus".

"Het is bijvoorbeeld interessant om te zien hoeveel eufemismen er bestaan voor een vulva, terwijl een penis of piemel veel sneller als zodanig benoemd wordt. Dat zijn dan wel leuke gesprekken om te voeren met mensen van 15, 16, 17 jaar. Hoe ouder ze worden, hoe meer nuance we in die gesprekken kunnen brengen" (Ymke Snauwaert, cgso).

 

Dialoog stimuleren

Volgens Ymke Snauwaert maakt het cgso, naast het geven van betrouwbare informatie, bewust ruimte om in gesprek te gaan over ervaringen en vragen van jongeren. "Een belangrijke meerwaarde van onze workshops is net dit: jongeren kunnen op verschillende manieren vragen stellen en in gesprek gaan, bijvoorbeeld in de grote groep of in de pauze. We hebben ook methodieken waar jongeren enkel met zelf uitgekozen klasgenoten of personen kunnen spreken, anoniem vragen kunnen stellen of voorbereide casussen in plaats van eigen ervaringen kunnen bespreken. We werken dus zowel individueel, als in groep, plenair en schriftelijk. We zijn een heel talige maatschappij, maar iedereen leert en praat op een andere manier. We zorgen er dus voor dat deelnemers de kans krijgen om eerst hun woorden te zoeken vooraleer ze luidop te moeten brengen".

"Het is daarbij belangrijk dat we kinderen en jongeren meegeven dat elke vraag kan en mag gesteld worden. Via die aanpak krijgen we soms getuigenissen van jongeren die thuis of bij vrienden een ongezonde relatie zien of zelf twijfels hebben (Ymke Snauwaert, cgso).

Haben (GAMs) voegt daaraan toe dat het voor anderstaligen belangrijk is om zich in de eigen taal te kunnen uitdrukken. "Dat kan door het inzetten van tolken of taalondersteuners, maar bijvoorbeeld ook door hen eerst iets te laten opschrijven of voorbereiden in de eigen taal. Zo maakten we al gebruik van papiertjes waar deelnemers anoniem vragen konden opschrijven in de eigen taal en die ze vervolgens konden achterlaten in een gesloten box. Met de hulp van onze collega's deden we achteraf de vertaling en boden we antwoorden in de daaropvolgende workshops".

 

Schaamte en taboe doorbreken

Het cgso benadrukt de nood aan het creëren van een veilige, respectvolle en niet-veroordelende leeromgeving als eerste stap. "We maken bij de start duidelijke afspraken in samenspraak met de deelnemers. We spreken bijvoorbeeld op voorhand af wat we als groep gaan doen als we het niet eens zijn met elkaar of als we het gevoel krijgen dat we elkaar aan het veroordelen zijn" (Ymke Snauwaert, cgso).

Haben (GAMS) geeft aan dat ze vaak verwijst naar haar eigen ervaringen om het ijs te breken. "Maar je kan ook verwijzen naar eerdere vormingen waar je bepaalde getuigenissen of meningen hoorde of je kan een casus inzetten waarin mensen zich kunnen herkennen. Ook het gebruik van afbeeldingen en concrete opdrachten kunnen de drempel verlagen. Zo deden we eens een oefening waarbij vrouwen de juiste termen bij de juiste afbeelding van de verschillende delen van de vulva moesten plaatsen. Dit heeft geleid tot heel wat uiteenlopende vragen".

Volgens Lotte Detru (cgso) is het ook belangrijk in te zetten op het deconstrueren van mythes en misverstanden. "Er leeft zoveel online en in de leefwereld van jongeren wat angst kan opbrengen. Wij doorbreken die mythes dan door wetenschappelijk, betrouwbare en toegankelijke informatie te bieden".

Tegelijkertijd geeft Ymke Snauwaert (cgso) aan dat we de aanwezigheid van schaamte en taboe ook gewoon kunnen bespreken met jongeren. Wat maakt dat dit onderwerp taboe is of een gevoel van schaamte opbrengt?

"Het is heel logisch dat seksualiteit niet even vlot bespreekbaar is als je lievelingseten bijvoorbeeld. We willen dan ook dat inzicht meegeven: dat een gevoel van schaamte er niet hoeft te zijn, maar er ook wel mag en kan zijn als het er nu eenmaal is".  

Omgaan met verschillende meningen

Volgens het cgso begint dat met de erkenning dat mensen verschillende waarden, ervaringen en referentiekaders hebben. "We vertrekken vanuit correcte informatie en respect voor ieders achtergrond, maar steeds binnen het mensenrechtenkader", zegt Ymke Snauwaert.

"Verschillen in mening zijn geen probleem dat opgelost moet worden, maar een realiteit waarover je in dialoog kunt gaan".

"We zorgen er dan ook voor dat verschillende meningen en perspectieven samen kunnen bestaan. Als ik denk aan jullie thema (VGV) bijvoorbeeld, zijn er mensen die liever spreken over vrouwenbesnijdenis en anderen over vrouwelijke genitale verminking. Hier gaan we dan over in gesprek: naar wat verwijzen jullie, over wat spreken we dan precies en hoe kunnen we daar de rest van de workshop over spreken die voor beiden comfortabel aanvoelt".

"Ook als we in groepen komen waar er precies maar één bepaald perspectief leeft, geloven we dat er toch mensen zijn die eigenlijk genuanceerder denken maar dit niet durven uiten door de groepsdruk. Als er geen ander perspectief luidop aan bod komt, durven wij zelf wel eens de advocaat van de duivel spelen".

 

Wat als iemand in de groep aangeeft voor schadelijke praktijken zoals VGV of huwelijksdwang te zijn?
Ymke Snauwaert (cgso): "het is belangrijk eerst die mening daarrond te verkennen en te zien in welke mate er nog mensen zich daarbij aansluiten of een andere mening aanbrengen. We merken dat er dan altijd wel iemand is die een andere mening aanbrengt waardoor de nuance binnen de groep zelf ontstaat. Als dat toch niet zo is, brengen we zelf een ander perspectief binnen vanuit onze ervaring of we verwijzen naar een andere workshop waarin een andere mening naar voor kwam. Soms sluiten er dan toch nog andere deelnemers aan bij dit nieuwe perspectief.

Haben (GAMS) ziet daarbij regelmatig dat als mensen juiste informatie krijgen, ze ook vaak van gedachten veranderen.

"Zo kom ik regelmatig in aanraking met vrouwen die ervan uitgaan dat vrouwenbesnijdenis iets goed is, ze zijn het zo gewoon en hoorden altijd de voordelen ervan. Eenmaal ze bewust worden van de mogelijke gevolgen voor de seksuele gezondheid en welzijn van vrouwen en ervaringen van anderen horen, veranderen ze vaak van mening".

"Het blijft natuurlijk ook een proces. Vrouwen die deelnemen aan onze groepsactiviteiten kunnen in het begin heel teruggetrokken zijn maar na een tijd openbloeien. Ze durven zich dan duidelijker uitspreken en doen actief mee aan preventie binnen hun eigen gemeenschap". 


Wat als iemand aangeeft dat iets niet mag wegens diens geloof?

Ymke Snauwaert (cgso): "dat vind ik altijd een prachtige zin om vast te grijpen. Jouw geloof of jouw interpretatie ervan kan dat zo aangeven of je kan het zo geleerd hebben van je ouders, maar wat betekent dat dan voor jou? Ook dat exploreren is belangrijk. Wij willen jongeren vaardig maken zodat ze keuzes kunnen maken die bij hun passen, voorbij sociaal wenselijke antwoorden die ze soms geven. Jongeren zijn namelijk op zoek naar hun eigen identiteit, hun eigen denken en voelen. Dat betekent ook loskomen van je ouders én van groepsdruk onder leeftijdsgenoten. Ook dat is altijd interessant om mee te nemen".

Haben (GAMS) bevestigt dat het verkennen van de redenen achter dergelijke uitspraken inderdaad belangrijk is: waarom mag het niet? "Het geeft weinig zin om in discussie te gaan over religie zelf. Ook binnen één geloof zie je verschillende interpretaties. Als je ingaat op de redenen, kun je zo ook weer andere perspectieven bevragen bij de andere deelnemers of verwijzen naar iets wat je eerder hoorde".

 

Hebben jullie nog een laatste boodschap?

Relationele en seksuele vorming voor jongeren is geen luxe maar essentieel voor hun seksuele gezondheid en welzijn, voor preventie van gendergerelateerd geweld en voor hun ontwikkeling in het algemeen (Lotte Detru, cgso).

Ymke Snauwaert (cgso) betreurt dat echter we dit gesprek opnieuw hebben met elkaar. We hadden zo'n goeie eindtermen en waren één van de meest progressieve landen hierin. Het is fijn én belangrijk dat we toch het gesprek opnieuw blijven aangaan en dat we het niet zomaar laten liggen. We moeten blijven zoeken naar hoe we mensen kunnen informeren en aanzetten tot dialoog.

Haben (GAMS) voegt daaraan toe dat seksuele en relationele vorming niet alleen belangrijk is voor kinderen en jongeren. "We moeten ook volwassenen en ouders betrekken in deze gesprekken. Ook zij hebben nood aan informatie, ook hen moeten we betrekken in dit verhaal".